Home  -> Nieuws Leeg plaatje
Misbruik en de kerk
 

Ik ga het het liefst uit de weg, bij gebrek aan een goed verweer, want ik ben deel van dezelfde gemeenschap, maar ik kan er nu niet meer onderuit.

Een jongere in de jeugdinrichting maakte in het bijzijn van een andere jongere, mij en twee personeelsleden een grap. ‘Je moet van me afblijven!’ en hij hield de armen beschermend om zich heen, alsof zijn kleding gescheurd was. Hij lachte erbij. ‘Ik maak een grapje’, zei hij, want hij voelde al snel aan dat ik het niet echt leuk vond. ‘Je voelde je toch niet gekwetst, hè? Het was echt maar een grapje.’ ‘Nee’, zei ik manmoedig, ‘ik ben zuiver op de graat, ik kan het hebben.’ We gaven elkaar een hand en ik ging weer verder.

‘Ik kan het hebben’ …. Echt? De woorden klinken na in mijn hoofd, en het ‘grapje’ blijft akelig hangen. Bij nader inzien doet het me meer dan ik dacht. Toch ook een beetje alsof ik ineens verdacht was.

Ik vind het erg droevig dat we zo vaak met misbruik worden geconfronteerd. Al die slachtoffers … wat een ellende. En steeds weer hoop ik dat het nu dan toch voorbij is en er ook weer wat positief nieuws mag komen. Maar daar is het weer en daar en daar. Het houdt niet op.

En dan komt bij mij de gedachte op dat we inmiddels als geestelijk verzorgers ook erg kwetsbaar zijn geworden. Wat als iemand beschuldigingen uit? Stel je voor … Het voelt als een scherp zwaard boven je hoofd dat ieder moment kan vallen. Hoe zou je je kunnen verweren? Beschuldigd worden is bij voorbaat schuldig bevonden worden. Waar rook is, is vuur … Iedereen kan het overkomen, ook mensen in andere functies, ieder die regelmatig alleen is met een gedetineerde jongere in een afgesloten ruimte. Mannen eerder dan vrouwen,vooral zij die werken op basis van vertrouwen in een intieme sfeer, en daar waar sprake is van ongelijke machtsverhoudingen.

Zo razen de gedachten en twijfels door me heen. Het valt me zwaar. Ik schaam me voor mijn kerk, waar ik tegelijk zoveel van hou en waarin ik me thuis voel. Wat met al het mooie en goede dat bereikt is, in al die eeuwen? Wat met de droom van Jezus? Het goede wordt gemakkelijk naar de achtergrond verdrongen, als er zich weer een misbruikzaak aandient ergens op de wereld. Nu weer in de Verenigde Staten een heel grote geldelijke compensatie voor misbruik. En het zijn niet een paar incidentele zaken, het is een plaag.

Tegelijk is er ook een sfeer ontstaan waarin de beschuldiging van misbruik een dankbaar instrument is voor aandachttrekkers, geldwolven en mensen die er een uitgelezen mogelijkheid in zien iemand eens goed te pakken. Een bericht verspreidt zich snel, de media wachten niet graag op een weloverwogen vonnis na degelijke bewijsvoering. Het speelt binnen de kerk en erbuiten. Maar de kerk zou nu juist de veilige haven moeten zijn.

Maar mijn gedachten gaan ook uit naar de gedetineerden die voor misbruikzaken vastzitten. Vaak zelf in hun jonge jaren slachtoffer, en later dader geworden. Het zijn geen slechte mensen, maar met een sociaal moeilijk liggend delict. Misbruik wordt als het laagste van het laagste gezien. ‘Die kinderverkrachters zijn het ergste, die moeten ze meteen afschieten!’, en meer van dergelijke verheven uitspraken zijn niet zeldzaam onder ‘gewone’ gevangenen. Onder de misbruikers zijn er ook wiens schuld zeer twijfelachtig is, hetzij omdat ze onschuldig zijn, hetzij omdat ze zoveel meer op hun schouders kregen dan alleen wat er mis ging. Levens gaan kapot door enkele woorden die als vanzelf een eigen leven zijn gaan leiden, die hun weg gevonden hebben in vooroordelen, wraakzucht en lafheid.

En ik denk aan de katholieke gevangenen voor wie hun geloof hun kracht is, hun hoop, hun troost. Als we samen vieren, de Bijbel lezen en belangrijke dingen leren van elkaar, als we een goed gesprek hebben en alles eindelijk open op tafel komt en we besluiten met gebed waarna de opluchting komt en we weer weten dat het anders kan en zal gaan, in de toekomst. En dat er herstel mogelijk is, vergeving, genade. Als de toekomst zich weer een beetje opent. En er niet geoordeeld wordt maar alleen geluisterd en begrepen. Welkom jij, kind van God, wie je ook bent en wat je ook met je meedraagt. ‘Bedankt pastor’, terwijl er een traan wordt weggeveegd.

Veel mensen worden geraakt door deze puinhoop. En we weten eigenlijk geen van allen wat we eraan kunnen doen. Wat wij ermee moeten. We zijn steeds meer een stuurloos schip dat wanhopig zoekt naar de stuurman, naar een kompas, en naar de schrobber die het schip eens goed uitmest en geen vuiltje laat zitten.

Dan voel ik boosheid opkomen. ‘Stomme kerk! Waarom treed je niet eens daadkrachtiger op! Waarom pas van je laten horen als zaken in de publiciteit komen. Waarom niet structureel aanpakken, iets doen aan het hele systeem. Waarom daders de hand boven het hoofd houden en in stilte verplaatsen, wetend dat anderen er zo onder zullen lijden. Waarom de priesters en anderen die tegoedertrouw zijn zo in de steek laten. Stomme kerk! Ik hou van je en ik wil je niet loslaten! Je hebt zoveel te bieden. Doe iets!’

En dan bid ik om vergeving voor daders, ik bid om vergeving voor de katholieke kerk, ik bid om vergeving voor de medeschuldige met-de-mantel-der-liefde-bedekkers en de slappe leiders, ik bid om kracht voor alle gelovigen die erdoor zijn aangedaan, ik bid om inspiratie voor hen die hun weg zoeken en door de aanhoudende affaires niet weten waar te gaan, en ik bid voor hen die zich van hun geloof afkeren, en daarmee veel afzweren dat goed is en mooi en broodnodig.

Tussen de wolken schijnen enkele zonnestralen. ‘God, denk ik’, ‘meer zon graag! We hebben het nodig’. Ik voel een beetje hoop dat het over zal gaan en we verder kunnen werken aan die droom van het koninkrijk van Jezus. Maar tegelijk voel ik me bedrukt. Het is moeilijk, ik voel me machteloos. Alsof ik aan een kruis hang en moet zeggen: ‘Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen’. Ik zou zo graag meer zien van spijt, van berouw, niet voor de vorm omdat het moet, maar echt. Klerezooi!

Op de gang wordt ik enthousiast begroet door enkele jongens. ‘Hee, pastoor, hoe gaat het met u? Komt u me straks halen? Ik moet even wat kwijt’.  En ik glimlach weer. Het komt toch goed. Dat moet wel.

 

Stijn Oosterling, justitiepastor,

Jeugdinrchting De Hunnerberg

Jeugdinrichting Den Hey-Acker

terug

Vrijdag 16 november 2018  


Zoeken


Lijn










© 2011 - Dienst Geestelijke Verzorging (Dienst Justitiële Inrichtingen, Ministerie van Veiligheid en Justitie)
      Disclaimer